verhaal
0 beantwoord • 0 goed
Op de dag van het schoolorkest sleepte Joris zijn trommel door de gang. Hij had thuis veel geoefend, vooral het ritme aan het begin. Zijn klas zou optreden voor de kleuters. Toen de muziek begon, tikte Joris zelfverzekerd mee.
Halverwege het tweede lied keek hij naar links. Saar, die normaal triangel speelde, stond zonder instrument. Ze beet op haar lip en keek naar de grond. Joris herinnerde zich dat zij haar triangel in de klas had laten liggen. De meester dirigeerde door en niemand leek het te merken.
Bij het derde lied had Joris een lange rust. Hij schoof zijn kleine reservetrommel naar Saar. Eerst schrok ze, maar toen glimlachte ze. Ze speelde zacht mee op de momenten dat het paste. Het was niet precies zoals geoefend, maar het klonk vrolijk.
Na afloop zei de meester dat samenwerken soms betekent dat je niet alleen op je eigen partij let. Joris kreeg geen extra applaus en dat hoefde ook niet. Saar fluisterde: “Dank je.” Dat was voor Joris beter dan een buiging.
Voor wie trad de klas op?